Hein te Velde | meubelmaker

Van boterhammen tot blokschaaf

Hein te Velde studeerde eind vorige eeuw culturele antropologie en werkte als onderzoeker bij Wageningen University. Inmiddels bedenkt en maakt hij bijna twintig jaar eigentijdse meubels van massief Europees hardhout, vooral voor particulieren. Het mooie van zijn werk bij Meubelmakerij Kopshout vindt hij dat hij samen met zijn collega’s steeds zoekt naar nieuwe ontwerpen en deze vaak ook vindt. De meubelmakerij bouwt voort op een eeuwenoude traditie van houtbewerking, geïnspireerd door vragen van klanten. Sinds 2013 geeft hij als docent ook cursussen ambachtelijk meubelmaken. Meer weten? Kijk op de website van Kopshout of check zijn LinkedIn-account.

‘In Wageningen voelde ik me niet echt op mijn plek. Naast mijn onderzoekswerk was ik bezig met een cursus meubelmaken en daar werd ik wel warm van. Ik ben toen gaan onderzoeken wat ik daarmee kon. Op dat moment woonde ik op de Azaleastraat in Nijmegen en ik hoorde dat ze iemand zochten bij Kopshout, de meubelmakerij om de hoek. Ik ben daar gaan stagelopen, heb het vak geleerd en ben nooit meer weggegaan. Ik kan me ook niet voorstellen dat ik hier ooit wegga, want er zit zoveel in het werk en ik kan hier nog zoveel halen.

Alleen mijn academische achtergrond, daar wil ik soms weer wat mee. Het uitzoeken van verhalen, interviewen van mensen en nieuwe werelden leren kennen. Dat vond ik leuk aan het werk van onderzoeker. Mijn werk is nu een kleine wereld. Een rijke wereld, maar ook klein. Ik wil er weleens uitspringen en schrijf geregeld. Ik houd ervan om op allerlei manieren met taal bezig te zijn. Zo vind ik het bijvoorbeeld fijn om bepaalde observaties neer te pennen. Als ik iets geks meemaak in de supermarkt of een dialoog opvang in de trein. Halve gesprekken opschrijven is leuk. Reizen is nu lastig, maar normaal ga ik graag op reis naar steden om daar om me heen te kijken en op te schrijven wat ik meemaak. Zo verwerk ik mijn indrukken. Meestal schrijf ik notities in mijn telefoon, soms zijn dat hele lappen tekst. Of ik schrijf het verhaal na afloop op mijn laptop.

‘Vaak hebben mensen een vaag idee over een meubel’

Als meubelmaker maak ik meestal meubels in opdracht. Het kan van alles zijn maar de rode draad is hout. Vaak hebben mensen een vaag idee over een meubel. Mijn werk begint dan met meedenken en een ontwerp maken. Daarna maak ik het meubel van het hout dat we hier hebben of ik werk met het hout van de opdrachtgever. Soms hebben mensen een boom in de tuin die om moet en dan willen ze graag dat ik daar wat van maak. Ook hebben mensen soms een gammele oude kast die moet worden opgeknapt, of een oude tafel die van hun ouders is geweest. Het komt steeds vaker voor dat ik daar wat anders van maak.

We geven bij Kopshout cursussen meubelmaken en dan bedenken we projecten met de cursisten. In principe doen de cursisten het werk, maar wij hebben er ook werk aan. Daarnaast geef ik op het ROC een workshop zwaluwstaarten maken. Mijn werk is dan vooral het overdragen van kennis en dat vind ik erg leuk. Ik heb steeds meer ervaring en kan daaruit putten. Door corona zijn onze cursussen nu lastig te plannen. Stopzetten is best ingrijpend, ook omdat het telkens onzeker is wanneer we weer kunnen beginnen. We hebben elf groepen van acht deelnemers. Normaal komen hier dus wekelijks 88 mensen over de vloer, bijna allemaal een dagdeel per keer. Het is opeens heel stil als dat wegvalt. Ik vind het leuk dat er normaal allerlei mensen langskomen.

‘Voordeel van drie of vier collega’s is dat je de taken kunt verdelen’

We zijn zelfstandig binnen de vof en hebben een gedeelde identiteit met een aantal gedeelde principes. Zo werken we altijd milieuvriendelijk met alleen Europees hardhout, geen tropisch hardhout. Ook proberen we zo min mogelijk te lakken, tenzij een meubel in de badkamer komt te staan. Normaal gebruiken we lijnolie of zeep. Op het moment zijn we met z’n tweeën in de vof, plus twee cursusdocenten. Een daarvan is de oprichter en de ander geeft alleen cursussen. Ook hebben we iemand die begint met inwerken. We hopen over een tijdje weer met z’n drieën in de vof te zijn, want twee is wat weinig voor het pand en het bedrijf. Het voordeel van drie of vier collega’s is dat je de taken beter kunt verdelen.

We verdelen de opdrachten die binnenkomen vaak op basis van tijd. Een van ons is verantwoordelijk voor het resultaat. Deze werkwijze gaat al 35 jaar goed. De oprichters van het bedrijf hebben begin jaren tachtig bedacht dat ze mens- en milieuvriendelijk wilden ondernemen. Dat betekent dat je naast je werk ook tijd moet kunnen hebben voor andere dingen. We willen niet alleen werken om zoveel mogelijk geld te verdienen. Hierdoor werken we max 32 uur in de week en hebben bijvoorbeeld tijd om kinderen naar school te brengen. Iedereen mag zelf weten hoeveel hij werkt. Je maakt je eigen omzet en krijgt loon naar werk. Als je een tijdje minder werkt, verdien je ook minder. We spreiden de werktijden en verdelen de sluittijden. De verdeling hangt ook af van wie de avondcursus geeft.

‘We kunnen ons eigen plan trekken, maar hebben een duidelijk dagritme’

We willen de werkplaats elke dag om negen uur ’s ochtends openen om open te zijn voor klanten die spontaan komen binnenlopen. Van negen tot zes is er altijd iemand aanwezig, en we hebben vaak avondcursussen. We zijn vrij om de werktijden zelf in te delen en kunnen ons eigen plan trekken, maar hebben wel een duidelijk dagritme. We beginnen om negen uur en om elf uur houden we samen een half uur pauze voor koffie met brood. Aansluitend hebben we een kwartier overleg. Dat is prettig want je moet veel keuzes maken in het werk. Het begint al bij het selecteren van het hout. Als er iets misgaat, proberen we eerst zelf een oplossing te bedenken maar vaak bespreken we het ook met anderen. Even afstemmen en dan de keuze maken. Om half twee eten we ieder individueel een boterham en om drie uur is er thee met brood.

We eten veel brood op een dag want er moet brandstof in. Meubelmaken is energieverslindend werk. Ik neem altijd mijn eigen brood mee. Wat zoets en wat hartigs. Op het moment vaak Nutella, humus, kaas en nog iets wisselends. In duo’s, dus acht boterhammen in totaal. Dat was wennen toen ik van de universiteit kwam. Ik ging van twee tot drie boterhammen op een dag naar acht. In het begin lag ik op het eind van de dag voor pampus op de bank. Meubelmaken is heel energiek werk en ik haal met gemak 10.000 stappen op een dag. Je zit weinig met dit werk en dat is een prettige bijkomstigheid. Klachten van aan een bureau zitten heb ik niet, maar ik heb weer andere dingen. Zo merk ik dat het handmatig aandraaien van de lijmtangen steeds lastiger gaat. Het is ook een vreemde belasting van de spieren en pezen. Een mens is daar niet op gebouwd. Ik kan misschien iets pneumatisch bedenken, maar dat is ook weer gevaarlijk.

‘Ik zit nooit duimen te draaien op mijn werk’

Op een werkdag bedenk ik van tevoren wat ik wil doen. Meestal begin ik vijftien minuten met het bekijken van mijn mail en ga dan de werkplaats in om hout uit te zagen of te schaven, dat soort werk. Meestal ben ik met drie projecten tegelijk bezig, in verschillende stadia. Van begin en halverwege tot het eind. Hierdoor kan ik altijd iets doen. Ik zit nooit duimen te draaien op mijn werk. Gelukkig is er ook genoeg werk en als er minder werk is, maken we een toonmeubel voor in de showroom of iets voor thuis.

Naast een eigen bureau heb ik een eigen beukenhouten meubelmakerswerkbank. De machines hebben we samen gekocht. Die delen we. Iedereen heeft zijn eigen handgereedschap. De blokschaaf is mijn favoriet. Hout schaven is een fijne activiteit vanwege de combinatie van beweging en geluid, de geur van het hout die vrijkomt en de verandering die je ziet. Het is ook vrij rustig qua tempo en geluid. Ik kan echt genieten van het bewerken van hout. Je kunt het voelen en ruiken en je bewerkt ruw materiaal tot vormen die je zelf hebt bedacht. Dat is een soort magie. Je bedenkt iets, maakt een tekening en dan verschijnt het. Het is altijd een mooi moment als het er staat.

‘In mijn hoofd ben ik steeds bezig met waar ik naartoe ga’

Werk op de machines moet omdat het anders niet opschiet en dat maakt een meubel onbetaalbaar. Die machines zijn wrede apparaten met veel lawaai en stof. Ik moet dan ook gehoorbescherming op. Aan mijn werkbank is het stil. We hebben ook geen radio aan in de werkplaats. De stilte vinden we allemaal prettig. Je bent bezig, beweegt en concentreert je. Hierdoor is het niet de ervaring dat het stil is omdat je zelf niet stil zit. In mijn hoofd ben ik steeds bezig met waar ik naartoe ga. Of ik laat mijn gedachten afdwalen.

Mensen hebben minder spullen. Geen boeken, cd’s of platen in kasten, maar ze willen vaak wel een mooi meubel in huis. Een opdracht is een altijd een wisselwerking met de klant. Die heeft vaak wel ideeën, maar het is het leukst als er veel ruimte is voor het ontwerp. Dan kun je alle kanten op. Al kan het ook moeilijk zijn als je helemaal geen richtlijn krijgt. Het is in ieder geval niet leuk als iemand met een foto aankomt en zegt: dit wil ik. Dan ben je andermans werk aan het namaken. Ik probeer er dan altijd een eigen draai aan te geven. Het is ook leuk als iemand met een onooglijk ding aankomt dat ik dan toch mooi kan maken. Dat vind ik een leuk spel en het is helemaal mooi als er iets moois uitkomt.’

Vergelijkbare verhalen